topmenu

Algemeen Pensioenfonds: zijn schaalvoordelen wel schaalvoordelen?

Deze week heeft DNB de eerste goedkeuring gegeven aan een Algemeen Pensioenfonds (APF). Aegon bijt het spits af en nu er één schaap over de dam is, zullen er op korte termijn meer volgen. Volgens mijn informatie hebben in totaal al zeven APF’s in oprichting een vergunning aangevraagd.

Een belangrijke gemeenschappelijke reden voor het overgaan naar een APF zou het realiseren van schaalvergroting zijn, waardoor lagere kosten gemaakt worden. Zo staat in het persbericht van de NOS: “Het idee achter het Algemene Pensioenfonds is dat door de schaalvergroting de pensioenregelingen professioneler kunnen worden geleid en dat er minder kosten worden gemaakt bij de uitvoering.” Het NRC Handelsblad maakt een soortgelijke opmerking: “De uitvoeringskosten en de druk van het strengere toezicht maken dat veel fondsen zichzelf opheffen en zich aansluiten bij andere fondsen.” En in de Volkskrant staat: “Een alternatief voor kleine pensioenfondsen die in de financiële problemen zitten, omdat de uitvoeringskosten van pensioenregelingen steeds verder oplopen. Het idee is dat pensioenregelingen met een klein aantal deelnemers de administratie- en beleggingskosten kunnen drukken door samen op te trekken in één pensioenfonds, terwijl zij ieder toch hun eigen regeling met specifieke voorwaarden behouden.”

Maar is dat ook zo? Worden de uitvoeringskosten daadwerkelijk lager door het realiseren van schaalvergroting? En kunnen eigen specifieke voorwaarden wel behouden blijven?

De kosten van pensioenbeheer binnen een APF -het uitvoeren van de administratie dus- kunnen alleen maar dalen, als binnen één kring de deelnemers van meerdere fondsen samenkomen. Dit betekent dat de pensioenregelingen van meerdere ondernemingspensioenfondsen identiek moeten zijn. Bepaalt geen kleinigheid, want willen de sociale partners wel concessies doen aan de huidige regeling? Met andere woorden: de huidige, wellicht complexe pensioenregeling moet omgebouwd worden tot een simpel pensioenproduct. Is dit nu schaalvergroting of worden de kosten lager door een vereenvoudiging van het pensioenproduct? Voor de pensioenfondsen die overwegen over te stappen, is het dus belangrijk vast te stellen waarom de kosten van pensioenbeheer lager worden. Bovendien hoef je voor een eenvoudiger pensioenproduct niet per se over te stappen naar een APF, dat kun je ook zonder een APF doen.

Ook de kosten voor vermogensbeheer zouden vanwege de schaalvergroting gaan dalen. Meerdere onderzoeken hebben evenwel uitgewezen dat bij ook bij een beperkte omvang van het pensioenfonds reeds schaalvoordelen kunnen worden benut.

Hoe kunnen wij nu vaststellen dat de uitvoeringskosten bij deelname daadwerkelijk lager zijn door deel te nemen aan een APF? “Door te benchmarken”, aldus Dries Nagtegaal in de Financial Investigator. Want als het reduceren van de uitvoeringskosten één van de belangrijkste redenen is om over stappen, is het goed vóóraf vast te stellen wat de complexiteit van de huidige pensioenregeling is en dus tot welke kosten die complexiteit leidt. En het is belangrijk te benoemen wat het huidige serviceniveau is dat aan de deelnemers wordt gegeven, want ook service kost geld.

Door te benchmarken kunnen fondsbesturen vaststellen, hoe hoog die kosten zijn en hoe die zich verhouden tot andere soortgelijke pensioenfondsen. Als die kosten te hoog zijn, kan een bestuur twee dingen doen: kosten reduceren binnen de huidige regeling of kosten reduceren door mee te doen aan een APF. Door het volgende jaar weer te benchmarken kan het fonds vervolgens bepalen wat de effecten van de gekozen koers op de kosten zijn. Dan pas vergelijk je appels met appels en niet met peren, eh… schaalvergroting.

Eric Veldpaus

Eric Veldpaus RA is auteur en opsteller van de Aanbevelingen uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie. Hij is tevens gastdocent Nyenrode Business Universiteit.

Print dit Print dit

  • IBI Benchmarking pensioenfonds
    IBI Benchmarking pensioenfonds
  • Powered by WordPress. Designed by Woo Themes