topmenu

Vermogensbeheer van een pensioenfonds kost geld, hoe leg je dat goed uit aan belanghebbenden?

Pensioenfondsen zijn uniek, want zij zorgen voor het toekomstige inkomen van heel veel deelnemers, die op hun beurt weinig zicht hebben op de kosten die deze fondsen daarvoor maken en wat zij daarvoor terugkrijgen. Die kosten laten zich onderling bovendien lastig vergelijken, terwijl je als deelnemer, maar ook als werkgever, wilt weten hoe jouw fonds het qua kosten doet ten opzichte van anderen. Daarom is het belangrijk om de kosten voor vermogensbeheer goed te kunnen vergelijken, eerlijk en goed afgewogen.

Fondsen zijn wettelijk verplicht deze kosten te vermelden en van meerdere kanten wordt er op aangedrongen dit op uniforme wijze te doen. De Pensioenfederatie heeft in de Aanbevelingen uitvoeringskosten definities opgesteld over de wijze waarop de kosten berekend moeten worden. Deelnemers hebben er immers recht op te weten waar ze aan toe zijn.

Maar nuancering is een must als we over kosten praten, want geen fonds is het zelfde in omvang, samenstelling en leeftijdsopbouw van deelnemers, in dekkingsgraad, in risicobereidheid van fondsbestuur in relatie tot de dekkingsgraad en in de vraag of er al dan niet sprake is van een herstelplan. Per fonds moet daarom gemeten en gewogen worden. Ook maakt het uit of er sprake is van een ondernemingspensioenfonds of een bedrijfstakpensioenfonds.

Genoeg factoren dus die van invloed zijn op het niveau van de vermogensbeheerkosten en dan heb ik ze nog niet eens allemaal genoemd. “Een belangrijke factor voor de omvang van vermogensbeheerkosten is de asset allocatie van een fonds“ aldus Thijs Jochems, verbonden als executive lecturer aan Nyenrode Business Universiteit. Dus hoe is de mix van je assets? Daar maakt ieder pensioenfonds eigen keuzes in, afhankelijk van de specifieke situatie van dat fonds. En die situatie, en dus de hoogte van de te maken kosten, wordt mede beïnvloed door actief en passief beheer en de wijze waarop de strategieën worden geïmplementeerd. Alles pleit er dus voor om de kosten van het vermogensbeheer uit te drukken in een zogenaamd benchmarkgetal. In de Aanbevelingen van de Pensioenfederatie wordt met klem aanbevolen dit getal op te nemen. Dan kun je de kosten die het fonds maakt, vergelijken met de gemiddelde kosten van vergelijkbare pensioenfondsen.

Uit een benchmark kan blijken dat het niveau van de vermogensbeheerkosten van jouw fonds hoger zijn dan van vergelijkbare fondsen. Dat is op zich prima als die kosten op termijn ook tot een hoger rendement leiden. Daarom relateren wij de kosten van het fonds altijd aan de behaalde rendementen. In de volgende blog kom ik hier graag op terug.

Voor een Raad van Toezicht is zo’n benchmarkgetal eigenlijk onmisbaar en in het jaarverslag mag het zeker niet ontbreken. Voor consultants en accountants bevat een benchmarkrapport veel relevante informatie om samen met het bestuur uitvoeringskosten te optimaliseren. En voor de deelnemer? Die krijgt er veel meer inzicht door, want met een benchmark wordt niet alleen duidelijk of zijn of haar fonds meer of minder kosten maakt, maar ook wat hem of haar dat oplevert.

Eric Veldpaus

Eric Veldpaus RA is auteur en opsteller van de Aanbevelingen uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie. Hij is tevens gastdocent Nyenrode Business Universiteit.

Print dit

  • IBI Benchmarking pensioenfonds
    IBI Benchmarking pensioenfonds
  • Powered by WordPress. Designed by Woo Themes